Onderwijs voor de Toekomst - een prikkelend gesprek

Pieter van Klaveren en Laura Nieuwenhuis zijn beiden mbo-docent op SintLucas in Eindhoven, de vakschool voor creatief talent, met mbo en vmbo opleidingen gericht op de creatief-technische sector. Studenten worden opgeleid voor de creatieve industrie. 

Pieter ontwikkelt mede de nieuwe opleiding Creative Technology (CT) en geeft sinds enkele weken les aan de eerste lichting 4e-jaars studenten. Laura is beeldend kunstenaar en docent beeldende kunst en vormgeving. Zij geeft bij SintLucas onder meer het vak Creativity.

Aanleiding voor een gesprek is de uitspraak van Pieter, al wat langer geleden, dat hij met collega’s nieuwe studenten “eerst een half jaar moet ontgiften”. Prikkelend natuurlijk, maar wat bedoelt hij precies?

Foto's: Pieter van Klaveren met studenten (in kader) en Laura Nieuwenhuis (onder)

Ontwikkelde mensen afleveren

Pieter: onderwijsinstellingen moeten jonge mensen wettelijk voorbereiden op de maatschappij. Dat wil zeggen: goed burgerschap, werknemerschap en eventueel door kunnen leren. Het mbo was tot voor kort meer gericht op werkgever- en werknemerschap. Je zou kunnen zeggen: we hebben ‘robots’ opgeleid. Maar nu willen we ontwikkelde mensen afleveren.

We leven in een postindustriële, snel en sterk veranderende maatschappij. We mogen weer mens zijn. Kritisch denken ook. Bij CT leiden we jonge mensen op in technologie maar ook in houding. Je wilt dat ze nieuwsgierig zijn en blijven, eigenwijs ook. De focus ligt op hen als individu: wie ben ik? Wat wil ik? En hoe kom ik daar? De sleutelrol van docenten is om studenten hierin goed te begeleiden. En dat heeft nogal wat impact, want die begeleiding is dus sterk gedifferentieerd.

In het diepe

Pieter: verandering, vernieuwingen in het onderwijs roepen weerstand op. Ook voor SintLucas intern is de integratie van nieuwe technologie een spannende ontwikkeling, soms ook persoonlijk: worden we niet geconfronteerd met een achterstand? Een goed voorbeeld is de module bij CT rondom samenwerken met Artificial Intelligence. Die samenwerking moet gebeuren. En de samenleving heeft andere afgestudeerden van ons nodig ook, want het gaat niet meer over na je studie ‘te werk worden gesteld’.

Pieter en Laura: in het primair en voortgezet onderwijs leiden we leerlingen nog teveel op tot robots. Ze zijn al aardig voorgevormd en geconditioneerd als ze hun diploma krijgen. Studenten komen SintLucas binnen met de houding ‘wat moeten we doen?’ en zoeken bevestiging, willen gecontroleerd worden. Wij gooien ze bewust het diepe in maar beseffen ook dat we de zwembandjes zijn. Op SintLucas riep de onderwijsvernieuwing ook de vraag op: waar gaan we heen? Gaven we niet goed les dan? Jawel, maar het doel is veranderd.

Hoe kan het voortgezet onderwijs dit omarmen?

Laura: kunst- en cultuurvakken zijn bij uitstek middelen om leerlingen zich creatief en individueler te laten ontwikkelen. Die vakken bevorderen de verbeeldingskracht en leren je kritisch te kijken en denken. In samenhang met filosofie kunnen jongeren hun eigen plaats bepalen door zich meningen te vormen. Wie ben je, waar sta je en waar wil je heen?

Pieter: Niekée in Roermond bijvoorbeeld is al anders.

Laura en Pieter: onze studenten op SintLucas zijn jonge, zoekende mensen! En wij willen hen mogelijkheden aanbieden. Maar studenten moeten het wel oppikken. We komen hen zover mogelijk tegemoet in het gezien moeten en willen worden. Daardoor gaan ze ook harder vooruit.

Een docent is niet iemand die voor de groep staat en weet wat goed of fout is. En je wilt ook niet dat studenten de houding ontwikkelen om daarop te anticiperen, alleen op wat er van hen verwacht wordt.

En hoe doe je dat?

Pieter: heel eenvoudig? Een toneelstuk in groep 6. Los van inhoud en kwaliteit heeft elk kind daar een aandeel in, een rol. Trek je dit door naar je rol als begeleider, dan betekent dat in de lespraktijk dat je iedere opdracht afsluit met een presentatie of expositie, zodat leerlingen hun werk kunnen tonen. Hun ontwikkeling zichtbaar maken! En als leraar de houding hebben dat niets goed of fout is. Meer open minded het léven aandurven eigenlijk.

Duh! SintLucas is een creatieve opleiding…

Pieter: ja, we hebben een luxepositie, met een uitgewerkte visie op de mens en de toekomst.

Laura:  zelfbeschikkingsrecht is de kern. Kritisch kunnen denken zodat je geïnformeerde keuzes kunt maken, voor jezelf én voor anderen. Bewust-zijn. Bij vakken als Creativity en Personality staan vragen centraal als wat zie ik, wat betekent het (voor mij)? en  ‘wie ben ik’, ‘waar sta ik’ en ‘waar wil ik heen?’. We gaan voor en met studenten op ontdekkingsreis. We faciliteren opdrachten vooral, zodat de studenten stappen kunnen zetten. We hebben nooit een uitkomst voor ogen.

Pieter: en daarbij: studenten zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze willen, wat ze leren. Op SintLucas én in de toekomst!

Laura: natuurlijk zijn er nog steeds beroepen die ook ‘geleerd’ moeten worden maar wij zijn als docent ontwikkelingsgericht bezig. En ja, dat betekent flexibeler opereren, gericht op de studenten die er op dat moment zijn. En in de praktijk betekent dat dus loskomen van het bekende - SintLucas werkt niet met lesmethodes. En passie. Dat kost heel veel tijd. En pedagogische en didactische kennis, vakinhoud blijven natuurlijk nodig.

Ine Gevers van de Stichting Niet Normaal, die dit najaar de expo experience Robot Love in de Campina Melkfabriek organiseert, zei kortgeleden iets wat aansluit: we hoeven niet bang te zijn dat robots te menselijk worden, eerder dat mensen robots worden.

Laura: in het basisonderwijs ligt de nadruk op hetzelfde als anderen zijn. Leerlingen vergelijken zich met anderen en worden continu met elkaar vergeleken. De reguliere, cognitieve vakken en lespraktijk hebben rustige, eenduidige klassen nodig. Het zijn grote klassen ook. Als leraar ben je dan de dag aan het doorkomen, aan het overleven. 

Wil je hier verandering in doorvoeren dan heb je ook de pabo nodig. Aankomende leerkrachten moeten zich meer richten op zelfreflectie: hoe sta jij als persoon voor de klas? Iédereen moet zich te volste kunnen ontwikkelen dus dat voorbeeld moet je ook geven aan de klas.

 

Interview en tekst: CultuurStation, Sylvia van de Wouw